Zadelwijsheden

“Eén zadel past op ieder paard!”

Niet waar: In ieder zadel zit een vaste kern (behalve boomloze zadels): de boom. Deze is gemaakt van hout of kunststof. Als deze boom niet goed de vorm van de paardenrug volgt, zal het zadel nooit op het paard passen. De boom moet in alle richtingen (van voor naar achter, maar ook van boven naar beneden en links naar rechts, de vorm van de paardenrug volgen.

“Als een paard met een slecht passend zadel gereden wordt kun je dit zien aan de beweging van het paard.”

Waar: zichtbare verschijnselen dat het zadel niet past zijn: het paard zal minder, of zelfs niet, verzameld kunnen lopen, het houdt zijn hoofd en/ of staart in de lucht, spant zijn rugspieren aan, en niet zijn buikspieren, kan niet soepel wenden, kan niet galopperen in 1 of beide richtingen.

“Als een zadel niet past kan het passend gemaakt worden”

Niet waar: Zoals ook hierboven beschreven, is dit niet in alle gevallen waar: als de boom niet past, past het zadel niet (met als uitzondering de verstelbare boom). De boom kan in de meeste gevallen niet worden aangepast. Aanpassingen aan de kussens of het singel systeem kunnen de ligging in sommige gevallen verbeteren.

“Als een paard bij het aansingelen zijn oren in zijn nek legt en zijn hoofd begint te schudden (en soms probeert te bijten) dan is dit een pijnreactie op het aansingelen.”

Waar: Dit kan verholpen worden door langzamer aan te singelen (gaatje na gaatje), en een anatomische  singel aan te schaffen. Deze speciaal ontwikkelde singel drukt niet op de spieren en voorkomt zo pijn bij het paard. Een singel moet niet te kort zijn om drukkingen van de gespen te voorkomen. Dezelfde reactie wordt ook waargenomen bij paarden met een maagzweer en andere problemen met de ingewanden, dus soms is verder onderzoek nodig wanneer de klachten niet verminderen.

“Een boom beperkt de bewegingsvrijheid van mijn paard”

Niet waar: Het doel van een boom is het gewicht van de ruiter over een zo groot mogelijk rug-oppervlak te verdelen, zodat het paard slechts een minieme druk voelt tijdens het rijden. Als een zadel goed past, ligt de boom op de rugspieren van het paard, en kan het paard er soepel mee bewegen. Een goed passend zadel raakt de wervelkolom van het paard niet!

“Als de zweetplekken onder het zadel niet egaal zijn (sommige plekken droog, sommige nat) dan wijst dit op drukplekken (van het zadel)”.

Waar: een slecht passend zadel veroorzaakt lokale drukplekken op de huid (en het onderliggende spierweefsel). Hierdoor kan de huid niet meer functioneren (zweten), en zo ontstaan er droge plekken. Als de droge plekken zich rond de schoft bevinden en aan beide kanten een niervormig model hebben is er niet altijd sprake van te grote druk. Dan betekent het vaak dat het zadel op die plaats stabiel ligt. Als er over een langere periode drukplekken zijn, kan dit de huid zodanig beschadigen dat de vacht lokaal zijn pigment verliest en wit kleurt, of er ontstaan zelfs vochtophopingen of wonden. Vaak komt het verlies van pigment pas aan het licht bij het wisselen van de vacht (van zomer naar winter of omgekeerd). Dit is blijvende beschadiging die niet meer zal verdwijnen. Ook het onderliggende spierweefsel kan worden aangetast: door de drukplekken kan de spier niet meer functioneren en zal afnemen in omvang. Dit heet atrofie en komt vaak voor achter de schoft.

“Boomloze zadels geven het paard meer ruimte om te bewegen”.

Niet waar: Boomloze zadels hebben geen boom om de druk van de ruiter te verdelen over het paard. Er kan puntbelasting (klein oppervlak met hoge druk) ontstaan. De rijvaardigheid van de ruiter heeft hier ook invloed op. De puntbelasting kan het paard pijn doen, of de rugspieren zelfs blesseren waardoor het paard niet meer soepel kan bewegen. Het hangt dus voornamelijk van de sterkte van de rugspieren van het paard en de rijvaardigheid van de ruiter af of een boomloos zadel een optie is of niet. Bij sommige paarden en ruiters is dit wel een optie, bij andere niet.

“Een Western boom en een Engelse boom zijn gelijksoortig"

Waar: De boom in een western zadel en dressuurzadel hebben beide dezelfde functie: het verdelen van het ruitergewicht over een zo groot mogelijk rug oppervlak. Enkel het zadel dat eromheen gebouwd wordt heeft een andere vorm. Bovendien heeft een Engels zadel kussens, en gebruiken western zadels het ‘pad’ als kussen”. De vorm van het zadel is anders, en toegespitst op het specifieke gebruik van de ruiter (van reining tot dressuurproef). In principe kan je dus prima met een westernzadel een dressuurproef rijden, en met een dressuurzadel reining doen!

“Luchtkussens zijn zachter dan kussens van schapenwol”

Niet waar: Lucht in een vast volume (zoals in een zadelkussen), veert niet mee. Hierdoor is het ook niet zacht en verend op de rug van het paard. In sommige gevallen (bijvoorbeeld bij ongelijke schouders) kan lucht aan de voorkant van het zadel het voordeel hebben dat de schouder(s) er vrij onderdoor kunnen bewegen.

“Een paard is een vluchtdier. Als het pijn heeft zal het in eerste instantie willen vluchten. Als het paard niet kan vluchten, zal het dier gaan vechten. Als ook dat niet helpt, zal het paard berusten in zijn lot en de pijn ondergaan.”

Waar: een paard dat vluchtgedrag of vechtgedrag laat zien tijdens het opzadelen of rijden heeft ergens pijn. Voorbeelden van vlucht of vecht gedrag: bijten, schoppen, steigeren, oren in de nek leggen, wegdraaien wanneer ruiter/eigenaar komt aanlopen (met of zonder zadel), paard laat zich niet vangen in de wei.

“Opstijgen met een krukje is voor minder lenige ruiters.”

Niet waar: Opstijgen vanaf de grond is een zeer zware belasting voor de paardenrug en het zadel zoals in dit filmpje goed te zien is: http://www.youtube.com/watch?v=2_jQEYDApSI ,het heeft dus niets te maken met de lenigheid van de ruiter. Maak er een gewoonte van om met een zo hoog mogelijk krukje op te stijgen. Het is het behoud van het zadel en nog veel belangrijker, de paardenrug. http://www.youtube.com/watch?v=gUmjVn6AqbU.